ECLI:NL:CRVB:2006:AV2784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na zelf ontslag nemen
Appellant was sinds 1 september 1997 werkzaam als bankwerker/lasser bij een werkgever. Op 12 september 2003 verliet hij de werkvloer na een conflict over laswerkzaamheden en verscheen daarna niet meer op het werk. De werkgever bood hem telefonisch en schriftelijk aan het werk te hervatten, maar appellant maakte hier geen gebruik van.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden omdat hij zelf ontslag had genomen zonder dat sprake was van een onmogelijke werksituatie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onredelijk was behandeld en dat zijn brief geen ontslagaanvraag bevatte.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het standpunt van de rechtbank en gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, terecht was dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. Er was geen sprake van omstandigheden die verminderde verwijtbaarheid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd verworpen en de geweigerde WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.