ECLI:NL:CRVB:2006:AV2760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet nakomen inlichtingenverplichting en niet inleveren werkbriefje
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot beëindiging van een WW-uitkering vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het niet inleveren van een werkbriefje niet automatisch leidt tot het niet kunnen vaststellen van het recht op uitkering, mede omdat gedaagde had aangegeven bezig te zijn met het oprichten van een eigen bedrijf en daarmee informatie had verschaft.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat appellant terecht heeft geoordeeld dat gedaagde zich niet heeft gehouden aan de op hem rustende informatieverplichting uit artikel 25 van Pro de WW. Gedaagde heeft onvoldoende informatie verschaft om het recht op uitkering vast te stellen, ondanks verzoeken daartoe. Het niet inleveren van het werkbriefje en het ontbreken van een oriëntatieperiode of vrijstelling van sollicitatieplicht maken dat het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant gegrond, waarmee het bestreden besluit tot beëindiging van de WW-uitkering met ingang van 25 november 2002 in stand blijft. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De beëindiging van de WW-uitkering met ingang van 25 november 2002 wordt bevestigd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting en het niet inleveren van het werkbriefje.