ECLI:NL:CRVB:2006:AV2482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na verstrekking afgekeurde goederen aan derde
Appellant was magazijnmedewerker bij een groothandel en werd op 8 september 2003 op staande voet ontslagen wegens verduistering van handelsgoederen, een ontslag dat later werd ingetrokken. De arbeidsovereenkomst werd uiteindelijk op 21 oktober 2003 ontbonden met een vergoeding. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De Raad beoordeelde of appellant zich zodanig verwijtbaar had gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag het ontslag tot gevolg zou kunnen hebben. Appellant had afgekeurde keukenrollen, bestemd voor privégebruik, in strijd met het werkgeversbeleid aan een bevriende restauranthouder verstrekt. Dit werd als verwijtbaar gedrag aangemerkt, ongeacht of appellant hiervoor een tegenprestatie ontving.
De Raad concludeerde dat appellant terecht verwijtbaar werkloos is verklaard omdat hij het beleid van de werkgever heeft overtreden en zijn handelen tot oneerlijke concurrentie kon leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de volledige weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.