ECLI:NL:CRVB:2006:AV2465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
Appellant, voormalig werknemer en zelfstandige in een reisbureau, kreeg een WW-uitkering toegekend na ontslag wegens herstructurering. Na een anonieme melding startte het UWV een onderzoek waaruit bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte voor het reisbureau zonder dit op zijn werkbriefjes te vermelden.
De WW-uitkering werd per 12 mei 2003 beëindigd en herzien met terugwerkende kracht vanaf 1 november 2002 wegens schending van de inlichtingenplicht. Tevens werd onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij de vragen niet begreep en dat hij recht had op een volledige uitkering.
De Raad overwoog dat appellant voldoende informatie had kunnen inwinnen en dat het niet melden van de werkzaamheden terecht leidde tot herziening van de uitkering. De terugvordering was gegrond, maar het ontbreken van een inhoudelijk nieuw besluit over de hoogte van het terugvorderingsbedrag maakte het besluit onrechtmatig.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het bezwaarbesluit was gewijzigd, oordeelde dat de herziening terecht was, vernietigde het terugvorderingsbesluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot herziening van de WW-uitkering blijft in stand, maar het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens ontbreken van een inhoudelijk nieuw besluit.