ECLI:NL:CRVB:2006:AV2030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant, sinds 1 januari 1985 in dienst bij de Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken, kreeg per 1 januari 2002 een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Hij stelde vragen over de sollicitatieplicht en gaf aan niet te solliciteren vanwege gezondheidsproblemen. Gedaagde legde een korting van 20% op de WW-uitkering op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 6 mei tot en met 2 juni 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat het niet solliciteren de verplichting niet opschort en dat er een causaal verband is tussen sollicitatieactiviteiten en het voortbestaan van werkloosheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij gegronde redenen had om niet te solliciteren en dat gedaagde niet duidelijk had gemaakt welke sollicitaties ontbraken.
De Raad oordeelde dat de sollicitatieplicht niet onredelijk is en dat appellant zich niet in een uitzonderlijke situatie bevond die hem vrijstelde van deze plicht. Zijn academische achtergrond en goede bemiddelbaarheid op de arbeidsmarkt ondersteunen dit. De Raad bevestigde dat het stellen van vragen de verplichting niet opschort en dat gedaagde niet gehouden was nadere inlichtingen in te winnen. De korting op de uitkering werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.