ECLI:NL:CRVB:2006:AV1353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens toeslag en heffingskorting als inkomen
Appellant ontving sinds 1981 een bijstandsuitkering en kreeg achteraf een toeslag op grond van de Toeslagenwet (Tw) en een heffingskorting toegekend. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch vorderde daarom een bedrag van €1.150,70 terug wegens teveel ontvangen bijstand over de periode 1 juli 2002 tot 1 december 2002.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de toeslag en heffingskorting als inkomen moeten worden aangemerkt volgens artikel 82 en Pro 47 van de Algemene bijstandswet (Abw). Hierdoor is terugvordering gerechtvaardigd omdat de totale inkomsten de bijstandsnorm overschrijden.
Appellant voerde aan dat terugvordering onredelijk is vanwege dubbele terugvordering binnen de Wajong-uitkering, maar de Raad ziet geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De Raad benadrukt dat alleen in incidentele gevallen met onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen kan worden afgezien van terugvordering, wat hier niet is aangetoond.
Verder oordeelt de Raad dat het verzoek om uitstel van de zitting terecht is afgewezen, aangezien de gemachtigde van appellant aanwezig was en het belang van appellant werd gewaarborgd. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel ontvangen bijstand wegens toeslag en heffingskorting als inkomen.