ECLI:NL:CRVB:2006:AV1194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- G.A.J. van den Hurk
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding bevestigd
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten heeft de bijstandsuitkering van gedaagde beëindigd en teruggevorderd omdat zij meende dat gedaagde een gezamenlijke huishouding voerde met een partner. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens vermeend gebrek aan gronden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij appellant opdroeg binnen zes weken een nieuw inhoudelijk besluit te nemen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard, omdat er wel degelijk gronden waren aangevoerd, onder meer door een brief van de partner.
De Raad oordeelde dat appellant het nieuwe besluit op het bezwaar alsnog binnen zes weken moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde. De uitspraak bevestigt daarmee het belang van een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften en het respecteren van de procedurele rechten van de bijstandsgerechtigde.
Uitkomst: Beëindiging bijstandsuitkering bevestigd en appellant verplicht binnen zes weken nieuw besluit te nemen.