ECLI:NL:CRVB:2006:AV0901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant was tot april 2002 werkzaam bij Osimex en ontving daarna een WW-uitkering. Hij diende meerdere aanvragen om bijstand in, die steeds werden afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte in bijstandbehoevende omstandigheden te verkeren. Tevens werd een voorschot van € 200 teruggevorderd.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende en onvolledige informatie heeft verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Uit feiten blijkt dat appellant nog substantiële banden met Osimex had en op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, zoals het gebruik van een BMW en telefoongebruik.
Hierdoor heeft appellant de op hem rustende inlichtingenplicht geschonden. De terugvordering van het voorschot is daarom terecht. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het eerdere besluit van de voorzieningenrechter en wijst het beroep af.
Uitkomst: De terugvordering van het voorschot op de bijstandsuitkering is terecht en het beroep wordt afgewezen.