ECLI:NL:CRVB:2006:AV0694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering en bijzondere bijstand wegens weigering passend werk en onvoldoende reservering woninginrichting
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en woonde met zijn gezin bij zijn ouders, waarvoor hij € 500 per maand betaalde. In september 2002 kreeg hij een eigen woning toegewezen en vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting, die werd afgewezen. Tevens werd hem een baan als straattoezichthouder aangeboden, die hij weigerde. Hierdoor legde de gemeente een maatregel op waarbij de bijstand een maand werd geweigerd.
Appellant voerde aan dat het werk niet passend was vanwege medische beperkingen en dat de medische keuring onvoldoende was. Ook stelde hij dat hij niet had kunnen reserveren voor woninginrichting vanwege een schuld en langdurige uitkering. De rechtbank oordeelde dat appellant passend werk had geweigerd zonder geldige reden en dat hij voldoende tijd had gehad om te reserveren voor de woninginrichting. Ook het vakantiegedrag van appellant werd als verwijtbaar beschouwd.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze conclusies. Het standpunt dat het WAO-belastbaarheidspatroon niet was meegenomen werd verworpen omdat dit betrekking had op een andere datum. De maatregel was proportioneel en de weigering van bijzondere bijstand terecht omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van het Speerpuntenbeleid. De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar had gehandeld en dat de gemeente terecht de bijstand had geweigerd en bijzondere bijstand afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand gedurende een maand en de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting.