ECLI:NL:CRVB:2006:AV0140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bij niet-behandeling onvolledige bijstandsaanvraag
Appellant diende op 10 maart 2003 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering. Na een onaangekondigd huisbezoek waarbij de woning leeg bleek te staan, vroeg de gemeente aanvullende gegevens over de woonsituatie. Appellant gaf hier geen gehoor aan, waarna de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb Pro buiten behandeling werd gesteld en het reeds verleende voorschot over maart 2003 werd teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering vernietigd, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. In hoger beroep betwistte appellant dit laatste. De Raad oordeelt dat de gemeente terecht de aanvraag buiten behandeling stelde omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren en appellant redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken.
Verder bevestigt de Raad dat het voorschot teruggevorderd mag worden op grond van artikel 80 Abw Pro, ook indien de aanvraag niet is behandeld wegens onvolledigheid. De Raad ziet geen reden om af te wijken van de terugvordering en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gelaten en het voorschot op grond van de Abw teruggevorderd mag worden.