ECLI:NL:CRVB:2006:AU9012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en opdracht tot nieuw besluit bijzondere bijstand inrichtingskosten
Appellant, afkomstig uit Duitsland, vestigde zich in Nederland en vroeg algemene bijstand aan. Vervolgens diende hij een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten, die door het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst Pentasz Mergelland werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond, maar vernietigde het besluit wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, terwijl de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
Appellant ging in hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen. De Raad oordeelde dat het eerdere oordeel over het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid onjuist was, mede omdat de wettelijke grondslag daarvoor was vervallen. Ook stelde de Raad vast dat appellant daadwerkelijk in de gemeente verbleef en dat de eerdere vaststelling over zijn inkomsten feitelijk onjuist was.
De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet en beval gedaagde een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten van appellant en bepaalde vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met vergoeding van proceskosten.