ECLI:NL:CRVB:2006:AU8993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verdergaande terugwerkende kracht bijstand
Appellant heeft zich op 4 juli 2002, 9 december 2002 en 12 mei 2003 gemeld bij het CWI voor een bijstandsaanvraag, maar heeft pas op 21 mei 2003 daadwerkelijk een aanvraag ingediend. Gedaagde kende bijstand toe vanaf 12 mei 2003 en weigerde verdergaande terugwerkende kracht.
Appellant stelde dat hij vanwege zijn psychische toestand niet eerder een aanvraag kon indienen en vroeg om een deskundige. De Raad oordeelde dat appellant niet tijdig de aanvraag had ingediend na zijn meldingen en dat hem dit te verwijten viel. De medische verklaringen boden onvoldoende grond om zijn psychische toestand als belemmering te zien.
De Raad concludeerde dat gedaagde bevoegd was het recht op bijstand toe te kennen vanaf 12 mei 2003 en dat het besluit redelijk was. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het recht op bijstand wordt toegekend vanaf 12 mei 2003 en niet met verdergaande terugwerkende kracht.