ECLI:NL:CRVB:2005:AU9113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging reorganisatieontslag bij opheffing dienst ondanks financiële nadelen appellant
Appellant was gedurende 35 jaar werkzaam bij de [naam Dienst] in Zeeland en kreeg reorganisatieontslag vanwege de opheffing van deze dienst door de komst van de Westerscheldetunnel. Hij stelde zich op het standpunt dat gedaagden niet redelijk van hun ontslagbevoegdheid hadden gebruikgemaakt en dat zijn belangen onvoldoende waren behartigd.
De Raad overwoog dat gedaagden een bemiddelingscommissie hadden ingesteld die zich inzette voor herplaatsing van werknemers, en appellant via deze commissie tijdelijk elders in dienst trad en een computercursus volgde. Hoewel appellant financieel nadeel ondervond, was er een uitkering geregeld op grond van het Wachtgeld- en uitkeringsbesluit Zeeland 1996, vermeerderd met 2,5%.
De Raad verwierp het bezwaar dat appellant geen gebruik kon maken van de Regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU) en dat hij geen jubileumgratificatie ontving, omdat de toepasselijke overgangsregeling dit niet voorzag. Ook werd het gelijkheidsbeginsel niet geschonden.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de Raad dat gedaagden redelijk van hun bevoegdheid tot ontslag gebruik hadden gemaakt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het reorganisatieontslag en oordeelt dat gedaagden redelijk van hun bevoegdheid gebruik hebben gemaakt.