ECLI:NL:CRVB:2005:AU8228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-behandeling WAO-aanvraag wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een geschil over de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om een aanvraag om een WAO-uitkering te behandelen. De gemachtigde van betrokkene had de aanvraag aangevuld, waarna het UWV niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken een besluit nam om de aanvraag niet te behandelen.
De rechtbank had het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard, omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt. In hoger beroep stelde appellanten dat het UWV niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten, omdat de termijn voor het nemen van een dergelijk besluit was verstreken.
De Raad oordeelde dat het UWV inderdaad niet meer bevoegd was de aanvraag niet te behandelen na het verstrijken van de termijn van vier weken na aanvulling van de aanvraag. Daarom vernietigde de Raad het primaire besluit en het besluit op bezwaar en bepaalde dat het UWV op de aanvraag moet beslissen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om de WAO-aanvraag niet te behandelen wordt vernietigd en het UWV moet op de aanvraag beslissen.