ECLI:NL:CRVB:2005:AU7302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding alleenstaande ouder
Appellante heeft bijstand aangevraagd als alleenstaande ouder, maar het College van burgemeester en wethouders van Landgraaf wees dit af vanwege het bestaan van een gezamenlijke huishouding met haar partner in de periode van 27 maart 2002 tot 19 augustus 2002. De rechtbank oordeelde dat voor die periode terecht van een gezamenlijke huishouding sprake was, maar vernietigde het besluit voor de periode van 19 tot 27 augustus 2002 vanwege onvoldoende feitelijke grondslag.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank voor de periode van 27 maart 2002 tot 19 augustus 2002. De Raad baseert zich op de gemeentelijke basisadministratie, verklaringen van de partner en onderzoeksbevindingen van de sociale recherche. Hierdoor wordt appellante voor die periode als gehuwd aangemerkt en heeft zij geen zelfstandig recht op bijstand.
De Raad wijst erop dat het College nog geen nieuw besluit heeft genomen over de periode na 19 augustus 2002 en beveelt voortvarende besluitvorming. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende specificatie en ontbrekend inzicht in geleden schade. De proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; geen recht op bijstand als alleenstaande ouder wegens gezamenlijke huishouding.