ECLI:NL:CRVB:2005:AU7297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opleggen maatregel bij niet-nakomen verplichtingen en weigering passende arbeid
Appellant ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering en werd meerdere malen geconfronteerd met maatregelen vanwege zijn houding ten opzichte van inschakeling in arbeid. In september 2003 bood een consulent namens de gemeente Veghel appellant een passende functie aan, die appellant weigerde vanwege onverenigbaarheid met zijn wensen.
Gedaagde legde daarop een maatregel op: een verlaging van de uitkering met 100% voor vier maanden. De voorzieningenrechter verklaarde deze maatregel aanvankelijk onrechtmatig, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat appellant meerdere passende functies is aangeboden en dat hij deze met onredelijke voorwaarden heeft afgewezen.
De Raad vindt de gedragingen van appellant ernstig verwijtbaar, mede gelet op de duur van zijn werkloosheid en begeleiding. De opgelegde maatregel voldoet aan de wettelijke vereisten van afstemming op ernst en verwijtbaarheid. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 2 maart 2004 ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 2 maart 2004 ongegrond.