ECLI:NL:CRVB:2005:AU7100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens vervallen detacheringsmogelijkheid en zorgvuldige herplaatsingsinspanningen
Appellante was sinds 1990 als lerares gedetacheerd aan een buitenlandse school. De detachering werd per 1 augustus 1999 beëindigd vanwege het maximaal toegestane dienstverband van negen jaar, zoals bepaald in het Statuut van het gedetacheerd personeel van de Europese Scholen. De Staatssecretaris verleende daarop ontslag wegens gewichtige redenen, waaronder het vervallen van de detacheringsmogelijkheid en het ontbreken van passende werkzaamheden.
Appellante maakte bezwaar tegen het ontslag en tegen een brief waarin de beëindiging van de detachering werd medegedeeld. De rechtbank oordeelde dat de brief geen besluit was en dat het ontslagbesluit onzorgvuldig was omdat de Minister onvoldoende had onderzocht of herplaatsing mogelijk was. Desondanks bleef het ontslag in stand vanwege het tijdsverloop en het vinden van een nieuwe betrekking door appellante.
In hoger beroep stelde appellante dat de brief wel een besluit was en dat de Minister onvoldoende had gedaan aan herplaatsing. De Raad verwierp het standpunt dat de brief een besluit was en bevestigde dat de Minister niet verplicht was om een aanstelling binnen het departement aan te bieden. De Raad oordeelde dat de Minister voldoende inspanningen had verricht, onder meer via bemiddeling door de Stichting NOB, en dat de financiële positie van appellante goed was gewaarborgd.
De Raad concludeerde dat het ontslag op goede gronden berustte en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens het vervallen van de detacheringsmogelijkheid wordt bevestigd.