ECLI:NL:CRVB:2005:AU6375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen premiecorrecties en verzekeringsplicht werknemers volgens Zfw
Appellante stelde hoger beroep in tegen correcties en boetenota's opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen naar aanleiding van een looncontrole over de jaren 1997-2001. De correcties betroffen onder meer vaste autokostenvergoeding, verstrekte goederen bij feestdagen en de verzekeringsplicht van werknemers volgens de Ziekenfondswet (Zfw).
De Raad oordeelde dat de verklaring van de belastingdienst over zelfstandigheid van een werknemer niet afdoet aan de verzekeringsplicht die rechtstreeks uit de wet voortvloeit. Ook werd bevestigd dat spaarloon niet tot het loon behoort voor de loongrens van de Zfw, conform het destijds geldende Besluit van 1972. De arbeidsrelatie van een werknemer die tussen zelfstandigheid en dienstbetrekking wisselde, bleef volgens de Raad bestaan als dienstbetrekking vanwege de aard van de werkzaamheden.
De waarde van aan personeel verstrekte geschenken werd terecht als loon aangemerkt. De vaste autokostenvergoeding kon niet worden geaccepteerd zonder een gespecificeerde administratie, wat appellante niet had bijgehouden. Ten aanzien van een specifieke werknemer oordeelde de Raad dat het niet duidelijk was of en wanneer de vergoeding werd verstrekt, waardoor het besluit in strijd was met de Awb.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor de jaren 1998-2000 betreffende de autokostenvergoeding en de boetes. De zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit. Het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor de jaren 1998-2000 betreffende de autokostenvergoeding en boetes.