ECLI:NL:CRVB:2005:AU6186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering na bromfietsongeval met lichamelijke klachten
Appellante ontving een WAO-uitkering vanwege lichamelijke klachten na een bromfietsongeval in 1974. De uitkering werd in 1996 ingetrokken, maar na een ziekmelding in 1998 werd deze in 1999 weer toegekend. In 2001 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de uitkering opnieuw in op grond van een vermindering van de arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, stellende dat zij niet inzetbaar was voor enige arbeid. Na aanvullend onderzoek stelde de bezwaarverzekeringsarts de fysieke beperkingen bij naar het niveau van 1995, wat leidde tot een herbeoordeling van de verdiencapaciteit. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante in beroep ging.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige beoordeling juist was. In hoger beroep stelde het Uwv een nieuw besluit vast waarin de uitkering werd herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid, vanwege het vervallen van enkele functies met wisselende diensten.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt het eerdere besluit dat de uitkering introk en verklaart het beroep tegen het herziene besluit ongegrond. De Raad acht het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en de functies passend. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens de te late herziening van de uitkering.
Uitkomst: Het eerdere besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het herziene besluit tot herziening naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.