ECLI:NL:CRVB:2005:AU5150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitaties
Appellant kreeg een WW-uitkering toegekend met ingang van 26 december 2002. Uit werkbriefjes bleek dat hij in twee weken van de periode van 30 december 2002 tot 27 januari 2003 geen enkele sollicitatie had verricht, terwijl het beleid voorschrijft dat minimaal één sollicitatie per week vereist is.
De uitkeringsinstantie verlaagde daarom de uitkering met 20% voor 16 weken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij niet voldeed aan de sollicitatieverplichting en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die hem hiervan konden vrijstellen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij in de totale periode wel voldoende had gesolliciteerd en dat hij niet expliciet op zijn verplichting was gewezen. De Raad oordeelde dat appellant voldoende op de hoogte was via de ontvangen brochure en de werkbriefjes, en dat het beleid niet in strijd was met de wet.
De Raad bevestigde dat appellant artikel 24 van Pro de WW had overtreden en dat de maatregel van verlaging van de uitkering terecht was opgelegd. Er was geen reden voor vermindering van verwijtbaarheid en ook geen grond voor vergoeding van proceskosten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitaties wordt bevestigd.