ECLI:NL:CRVB:2005:AU4842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten endoscopische hernia-operatie wegens gebrek aan medische noodzaak en gebruikelijkheid
Appellante, verzekerd op grond van de Ziekenfondswet, verzocht vergoeding van kosten voor een endoscopische hernia-operatie in de Alpha Klinik te München. Na eerdere rugoperatie en fysiotherapie werd deze behandeling geadviseerd door een Duitse orthopedisch chirurg vanwege een unieke combinatie van thoracale en lumbale herniatie.
Gedaagde wees de vergoeding af, gesteund door het advies van het College voor Zorgverzekeringen (CvZ), dat concludeerde dat de endoscopische hernia-operatie zich nog in een experimentele fase bevindt en niet gebruikelijk is binnen de beroepsgroep. Het CvZ baseerde dit op literatuuronderzoeken uit 1998, 2001 en 2002, waarbij vooral het ontbreken van voldoende lange termijn onderzoeksgegevens werd benadrukt.
De Raad overwoog dat de vergoeding op grond van de Ziekenfondswet en het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering alleen toekomt aan behandelingen die medisch noodzakelijk en gebruikelijk zijn. Het arrest van het Hof van Justitie van 12 juli 2001 werd daarbij betrokken, waarin is bepaald dat de gebruikelijkheid mede wordt beoordeeld aan de hand van wetenschappelijke onderbouwing en dekking binnen het ziektekostenstelsel.
Appellante betwistte de onderzoeksbevindingen niet concreet of onderbouwd, waardoor de Raad het standpunt van het CvZ over de niet-gebruikelijkheid van de behandeling bevestigde. De enkele aanwezigheid van endoscopische hernia-operaties in enkele ziekenhuizen was onvoldoende om de behandeling als gebruikelijk te kwalificeren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit waarin de vergoeding werd geweigerd en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De vergoeding voor de endoscopische hernia-operatie wordt geweigerd omdat deze niet als gebruikelijk en medisch noodzakelijk wordt beschouwd.