ECLI:NL:CRVB:2005:AU4515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens door waardestijging pand
Appellant ontving jarenlang een bijstandsuitkering en bezat een pand dat hij sinds 1974 eigenhandig had opgeknapt. Tijdens een heronderzoek in 2002 bleek dat de waarde van het pand aanzienlijk was gestegen, waardoor appellant de voor hem geldende vermogensgrens overschreed. Gedaagde legde een verplichting op om het vermogen aan te spreken, waarna de bijstand werd beëindigd.
Appellant voerde aan dat hij het pand niet kon verkopen zonder ernstige psychische schade, gesteund door een psychiatrische verklaring. De Raad oordeelde dat deze verklaring onvoldoende was en dat de waardestijging grotendeels te wijten was aan algemene marktontwikkelingen en bestemmingswijzigingen, niet alleen aan het opknapwerk van appellant.
Verder faalde appellant in zijn beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het bestuursorgaan. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen, aangezien de waardestijging en gevolgen voor de bijstand pas later duidelijk werden. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en handhaafde de beëindiging van de bijstand per 1 september 2003.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellant wordt beëindigd wegens overschrijding van de vermogensgrens door waardestijging van het pand.