ECLI:NL:CRVB:2005:AU4220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en inkomsten
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar verzweeg een gezamenlijke huishouding met betrokkene en inkomsten uit werkzaamheden. Na onderzoek door sociale recherche en de Sociale Verzekeringsbank stelde de gemeente Haarlem vast dat appellant en betrokkene samenwoonden en dat appellant inkomsten had verzwegen.
De gemeente trok het recht op bijstand over de periode van 1 december 1996 tot en met 31 oktober 2001 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Zowel appellant als betrokkene gingen in beroep, stellende dat er ten onrechte van een gezamenlijke huishouding werd uitgegaan voor de periode voor 1 september 2001.
De Raad oordeelde dat voldoende bewijs bestond dat appellant en betrokkene hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en dat appellant haar inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor had appellant geen zelfstandig recht op bijstand. De terugvordering van de bijstandskosten was terecht en er waren geen dringende redenen om hier van af te zien.
Ook de mede-terugvordering van betrokkene werd bevestigd, aangezien hij als partner mede aansprakelijk was. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en inkomsten wordt bevestigd.