ECLI:NL:CRVB:2005:AU4213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- J.C.F. Talman
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaarschrift tegen weigering werkloosheidsuitkering
Gedaagde, voormalig werknemer, had bezwaar gemaakt tegen besluiten van 11 december 2002 waarin haar werkloosheidsuitkering en bovenwettelijke uitkering werden geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, omdat het bezwaarschrift tijdig zou zijn ingediend.
Appellanten stelden in hoger beroep dat het bezwaarschrift te laat was ingediend, namelijk op 27 januari 2003, na afloop van de bezwaartermijn die op 22 januari 2003 eindigde. Gedaagde stelde dat het bezwaarschrift op 15 januari 2003 was gepost, maar kon dit niet aannemelijk maken. De enveloppe met het poststempel was vernietigd en de datum op het bezwaarschrift was niet doorslaggevend.
De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig ter post was bezorgd en dat de vernietiging van de enveloppe het voordeel van de twijfel niet rechtvaardigt. Daarom verklaarde de Raad het bezwaar niet-ontvankelijk en bevestigde de vernietiging van de opdracht aan appellanten om een nieuwe beslissing te nemen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.