ECLI:NL:CRVB:2005:AU2886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen
Appellant ontving van 1 mei 2000 tot en met 31 maart 2001 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een vermoeden van onjuiste vermogensopgave heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld, waarbij bleek dat appellant beschikte over rekeningen met aanzienlijke bedragen in Nederland en de Verenigde Staten.
Appellant heeft nagelaten deze vermogenspositie te melden en onvoldoende inzicht gegeven in het gebruik van deze gelden. Hierdoor heeft hij de inlichtingenverplichting uit hoofde van artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet geschonden.
Het College van burgemeester en wethouders heeft daarop het recht op bijstand ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn, omdat appellant niet voldeed aan zijn meldingsplicht en geen dringende redenen zijn gebleken om hiervan af te zien. Ook is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens het niet melden van vermogen boven de vermogensgrens.