ECLI:NL:CRVB:2005:AU2726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAZ na herbeoordeling belastbaarheid
Appellant, een zelfstandig handelaar met rug- en heupklachten, kreeg vanaf 31 mei 1998 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend op grond van de WAZ. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat appellant lichte werkzaamheden kon verrichten, waarna de uitkering per 31 juli 1999 werd ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, ondersteund door medische verklaringen, maar de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts vonden geen reden het besluit te herzien. De Raad van bestuur van het UWV handhaafde de intrekking. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd een deskundigenrapport ingewonnen, waarin werd vastgesteld dat ondanks degeneratieve afwijkingen en osteoporose, appellant niet zodanig beperkt is dat hij de geselecteerde functies niet kan verrichten.
De Raad hechtte aan dit rapport doorslaggevende waarde en vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen. De aangevallen uitspraak, die het besluit tot intrekking bevestigt, werd dan ook gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd omdat appellant de geselecteerde functies kan verrichten.