ECLI:NL:CRVB:2005:AU2577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet nakomen ziekmeldingsvoorschriften
Appellante was in dienst bij een werkgever op basis van twee arbeidsovereenkomsten, waarvan de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden wegens regelmatig niet nakomen van voorschriften rond ziekmelding. Na de ontbinding vroeg zij een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is geweigerd omdat zij door eigen toedoen geen passend werk had behouden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de weigering terecht was vanwege haar verwijtbare werkloosheid. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over haar aanwezigheid bij een hoorzitting, maar de Raad stelde vast dat zij wel aanwezig was en dat deze fout geen invloed had op de uitspraak.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de omstandigheden die leidden tot beëindiging van het dienstverband, waaronder slechte bereikbaarheid tijdens ziekte en het niet nakomen van ziekmeldingsvoorschriften, voor risico van appellante kwamen. Hierdoor was het terecht dat de WW-uitkering werd geweigerd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door eigen toedoen.