ECLI:NL:CRVB:2005:AU1809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en terugvordering wegens zelfstandige werkzaamheden
Appellante stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin werd geoordeeld dat zij sinds 28 april 1997 als zelfstandige werkte en daardoor haar recht op WW-uitkering verloor. De Raad toetste deze beslissing aan de Werkloosheidswet en de relevante feiten.
De Raad concludeerde dat appellante in financieel opzicht aanzienlijk had geïnvesteerd in haar onderneming, meerdere opdrachtgevers had, ondernemersrisico droeg en zich voor de fiscus als zelfstandige presenteerde. Ook was zij ingeschreven voor de omzetbelasting en had zij een substantiële omzet, wat niet als incidenteel kon worden beschouwd.
Hierdoor verloor appellante haar hoedanigheid als werknemer per 8 september 1997 toen zij 40 uur per week als zelfstandige ging werken. Omdat zij deze werkzaamheden niet binnen anderhalf jaar volledig beëindigde, kon het werknemerschap niet worden hersteld. De Raad vond geen reden om af te zien van terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WW-uitkering zijn bevestigd omdat appellante haar werknemerstatus verloor door zelfstandige werkzaamheden.