ECLI:NL:CRVB:2005:AU1806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige en omvang werkloosheid
Appellante ontving een WW-uitkering die door gedaagde met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 1999 werd herzien wegens het verrichten van zelfstandige werkzaamheden. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat niet was vastgesteld dat appellante gedurende de gehele periode onafgebroken 15 uur per week werkte. Appellante stelde dat haar activiteiten slechts hobby- of oriëntatiekarakter hadden.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat de werkzaamheden als zelfstandige moeten worden aangemerkt, gezien de aard en omvang. Uit de stukken blijkt dat appellante vóór 1 juli 1999 al als beginnend ondernemer handelde, met administratieve en voorbereidende activiteiten. Ook na de oprichting van de vennootschap onder firma bleef zij substantieel werkzaam.
De Raad stelt vast dat appellante op 1 januari 2000 meer dan 14 uur per week als zelfstandige werkte, mede onderbouwd door verklaringen van betrokkenen. Hierdoor eindigde haar recht op WW-uitkering op die datum. De terugvordering van onverschuldigde uitkering wordt bevestigd, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig zijn.
De Centrale Raad vernietigt het bestreden vonnis voor zover het gedaagde betreft en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het recht op WW-uitkering van appellante eindigde per 1 januari 2000 wegens zelfstandige werkzaamheden, en de terugvordering is terecht.