ECLI:NL:CRVB:2005:AU1564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsrecht en terugvordering wegens hogere arbeidsinkomsten
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage, herzag het recht op bijstand over de periode februari tot september 1998 vanwege hogere inkomsten uit uitzendwerk dan aanvankelijk was aangenomen, en vorderde een bedrag van ƒ 2.819,78 terug.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door gedaagde ongegrond verklaard. De rechtbank ’s-Gravenhage vernietigde vervolgens dit besluit wegens onvoldoende inzicht in de berekening van de terugvordering, met name omdat de forfaitaire verhoging van 15% op de inkomsten uit uitzendwerk onjuist werd toegepast.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de berekening niet kon volgen en controleren. De Raad stelde vast dat gedaagde een gedetailleerde ambtelijke rapportage had opgesteld waarin de berekening transparant werd gemaakt, waarbij rekening werd gehouden met de wekelijkse salarisbetaling en maandelijkse bijstandsuitkering. De Raad oordeelde dat de berekening juist en controleerbaar was en verwierp het hoger beroep.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tevens was de forfaitaire verhoging van 15% ongedaan gemaakt en het teruggevorderde bedrag verlaagd tot ƒ 2.374,82, waarmee appellant niet tekort was gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het recht op bijstand en de terugvordering van ƒ 2.374,82 wegens hogere inkomsten uit arbeid.