ECLI:NL:CRVB:2005:AU1536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering volgens de norm voor gehuwden. De gemeente verlaagde deze uitkering met ingang van 25 augustus 1997 met 10% vanwege een inwonende zoon, op grond van artikel 34 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
Appellanten gaven aan dat hun zoon sinds 17 november 1998 uitwonend was en verzochten de verlaging met terugwerkende kracht ongedaan te maken. De gemeente wees dit bezwaar af omdat appellanten eerder hadden aangegeven geen inwonende kinderen te hebben, wat volgens de gemeente niet juist was ingevuld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan, onder meer doordat zij niet heeft gereageerd op heronderzoeksformulieren waarin werd aangegeven dat er geen inwonende kinderen waren en niet heeft gecontroleerd in de gemeentelijke basisadministratie.
De Raad vernietigt het besluit van 24 juni 2003 en beveelt de gemeente een nieuw besluit te nemen, waarbij zij mag uitgaan van de melding dat er vanaf juni 2000 geen inwonende kinderen meer waren. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het bezwaar tegen de verlaging van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.