ECLI:NL:CRVB:2005:AU1512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw), die door de Sociale Verzekeringsbank is ingetrokken met ingang van 1 januari 1999 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met [V.]. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging.
De Raad beoordeelde of appellante voldeed aan de criteria voor gezamenlijke huishouding: het hoofdverblijf in dezelfde woning en wederzijdse verzorging. Hoewel appellante stelde slechts een kamer te huren, bleek uit feiten en omstandigheden, zoals gezamenlijke huur, zorg voor elkaar, gebruik van elkaars bankrekening en gezamenlijke huishoudelijke taken, dat sprake was van een gezamenlijke huishouding.
Appellante had haar inlichtingenverplichting geschonden door niet te melden dat zij medehuurder was en een gezamenlijke huishouding voerde. De Raad oordeelde dat de intrekking van de uitkering terecht was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de nabestaandenuitkering wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.