ECLI:NL:CRVB:2005:AU1250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging uitkering en niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitblijven beslissing
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die onder meer een maatregel van verlaging van zijn uitkering met 10% voor een maand oplegde wegens het niet meewerken aan het reïntegratietraject.
De Raad oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het prematuur was ingediend vóór het verstrijken van de beslistermijn en geen uitzonderingssituaties van artikel 6:10 Awb Pro van toepassing waren.
Verder is vastgesteld dat appellant niet meewerkte aan het reïntegratieonderzoek, wat een geldige grond is voor de maatregel volgens het Maatregelenbesluit. De opgelegde verlaging is proportioneel en passend bij de ernst van de gedraging en omstandigheden.
Ten aanzien van de schadevergoeding is slechts recht op wettelijke rente erkend, niet op aanvullende vergoedingen voor portokosten, tijdsinvestering of immateriële schade, omdat daarvoor onvoldoende bewijs is geleverd.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van de uitkering met 10% gedurende één maand wordt bevestigd en het beroep tegen het uitblijven van beslissing op bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.