ECLI:NL:CRVB:2005:AU1062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot vordering van alimentatie bij toekenning bijstand in echtscheidingsprocedure
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) met de verplichting om bij haar echtscheidingsverzoek alimentatie voor zichzelf te vorderen. Zij stelde dat haar echtgenoot niet over draagkracht beschikt om bij te dragen in haar levensonderhoud en dat de verplichting daardoor zinloos is.
De Raad overweegt dat burgemeester en wethouders op grond van artikel 106 en Pro 108 Abw bevoegd zijn om een dergelijke verplichting te verbinden aan de bijstand, mits het verzoek tot alimentatie samen met het echtscheidingsverzoek kan worden ingediend. Appellante had al een verzoek tot echtscheiding voorbereid bij een advocaat voordat zij bijstand aanvroeg, waardoor de verplichting terecht is opgelegd.
De Raad acht de door appellante aangeleverde stukken onvoldoende om te concluderen dat haar echtgenoot niet draagkrachtig is. Bovendien kan de gemeente bij twijfel de bijstand verhalen op de echtgenoot. De eigen verantwoordelijkheid van appellante om in haar levensonderhoud te voorzien en de onderhoudsplicht van de echtgenoot staan centraal.
De rechtbank had het bezwaar tegen de verplichting terecht ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verplichting tot het vorderen van alimentatie bij echtscheiding in het kader van bijstand wordt bevestigd.