ECLI:NL:CRVB:2005:AU1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende bijstand op grond van bijzondere omstandigheden
Appellanten hebben bijstand aangevraagd vanaf 13 februari 2002, nadat zij reeds een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvingen. De gemeente Arnhem heeft bijstand toegekend vanaf de datum van aanvraag, maar geweigerd deze met terugwerkende kracht toe te kennen over de periode van 14 september 2001 tot 13 februari 2002. Het bezwaar en beroep tegen deze weigering werden door de rechtbank deels gegrond verklaard en deels afgewezen.
In hoger beroep betoogden appellanten dat bijzondere omstandigheden bestonden die terugwerkende bijstand rechtvaardigen. De Raad overweegt dat bijstand in beginsel niet wordt toegekend vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad stelt vast dat appellanten zich pas op 13 februari 2002 hebben gemeld en dat er geen bewijs is dat zij eerder niet in staat waren een aanvraag te doen. De brief van een casemanager waarin om nadere informatie wordt gevraagd, vormt geen ondubbelzinnige toezegging tot terugwerkende bijstand.
Daarmee faalt het beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 9 augustus 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van terugwerkende bijstand bevestigd.