ECLI:NL:CRVB:2005:AU1053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet melden overlijden echtgenoot en hogere pensioenuitkering
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam bevestigde om de bijstandsuitkering over de periode 1 december 1997 tot en met 30 november 1998 in te trekken en terug te vorderen. Dit besluit was gebaseerd op het feit dat appellante niet had gemeld dat haar echtgenoot was overleden en dat zij een hogere pensioenuitkering ontving dan bij de gemeente bekend was.
De Raad heeft vastgesteld dat het hoger beroep zich uitsluitend richt op de vraag of er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. Appellante voerde aan dat zij geen verwijt treft, een zwakke gezondheid heeft, 77 jaar oud is en slechts een aanvullende bijstandsuitkering ontvangt naast haar AOW-pensioen.
De Raad overweegt dat dringende redenen in de zin van artikel 78, derde lid, van de Algemene bijstandswet alleen kunnen bestaan uit onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen van de terugvordering voor de betrokkene. Fouten van het bestuursorgaan of derden en verontschuldigingen voor het ontstaan van de vordering zijn geen dringende redenen. De omstandigheden van appellante zijn niet uitzonderlijk genoeg om van terugvordering af te zien.
Daarnaast is de invordering van de teruggevorderde bijstand voorlopig opgeschort tot 2006 en worden aflossingsbedragen zo vastgesteld dat de beslagvrije voet wordt gerespecteerd. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering en wijst het hoger beroep af.