ECLI:NL:CRVB:2005:AU0936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 1981 een bijstandsuitkering, die in 1996 werd omgezet naar de Algemene bijstandswet (Abw). Na anonieme meldingen startte de gemeente Enschede een onderzoek naar vermeende gezamenlijke huishouding met [partner]. Dit leidde tot een besluit van 10 juni 1999 tot intrekking van de bijstand over 1994-1999 en terugvordering van ruim 118.000 gulden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante en [partner] vanaf 1 januari 1996 een gezamenlijke huishouding voerden, wat betekende dat appellante niet zelfstandig recht had op bijstand. Voor de periode tot 1 januari 1996 ontbrak echter voldoende bewijs voor gezamenlijke verzorging en hoofdverblijf.
Daarom vernietigt de Raad het besluit voor de periode 1994-1996 en herroept het de intrekking en terugvordering over die periode. Voor 1996-1999 blijft het besluit van intrekking en terugvordering in stand. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering over 1994-1996 wordt vernietigd, over 1996-1999 gehandhaafd.