ECLI:NL:CRVB:2005:AU0913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-schatting en arbeidskundige grondslag functiegeschiktheid
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die de arbeidskundige grondslag van een WAO-schatting onvoldoende achtte. De rechtbank stelde dat de geselecteerde functie medewerker vul- en stikwerk matrassen ongeschikt was omdat de gebruikte methode (stap 2 van het Besluit uurloonschatting 1999) geen realiteitswaarde had.
Het UWV stelde dat de functie wel degelijk geschikt is omdat de betrokkene vóór haar arbeidsongeschiktheid deeltijd werkte en de functie in deeltijdvarianten voorkomt, wat voldoende realiteitswaarde geeft volgens de jurisprudentie van de Raad. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat bij deeltijdwerkenden niet vereist is dat functies exact dezelfde omvang hebben als de maatgevende arbeid, mits de functies in deeltijd beschikbaar zijn.
De Raad oordeelde dat de functie medewerker vul- en stikwerk matrassen passend is voor de schatting omdat deze in het Functie-informatiesysteem voorkwam met zowel voltijd- als deeltijdarbeidsplaatsen. Hierdoor is het bestreden besluit van het UWV niet onjuist en dient het hoger beroep gegrond te worden verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het inleidend beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.