ECLI:NL:CRVB:2003:AF6404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.J. Simon
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die 12 uur per week als verkoopster werkte, vroeg een WAO-uitkering aan na ziekmelding wegens oog-, oor- en schouderklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderzocht het medisch en arbeidskundig onderzoek. De verzekeringsarts had aanzienlijke beperkingen vastgesteld, vooral voor de rechterschouder, en er was geen medische informatie die deze beoordeling betwistte. Arbeidskundig werden functies geselecteerd binnen de vastgestelde belastbaarheid, waarbij het Uwv een beleid volgde dat functies met een urenomvang tussen 12 en 15 uur per week omvatte, en aanvullende functies indien nodig om aan de vereiste arbeidsplaatsen te voldoen.
De Raad oordeelde dat het beleid en de functieselectie in overeenstemming waren met het Schattingsbesluit WAO, Waz en Wajong en dat de geselecteerde functies ook in deeltijd konden worden verricht. Het vastgestelde mediane uurloon was hoger dan het maatmaninkomen van appellante, waardoor de weigering van de uitkering terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.