ECLI:NL:CRVB:2005:AU0705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde WAO-premie bij overgang onderneming na faillissement
Appellante, een onderneming die kraamzorg verleent, nam per 1 februari 2001 de activiteiten, goodwill en personeel van de failliete Stichting Kraamzorg Leiden-Den Haag over. De curator en appellante sloten een overname-overeenkomst waarin onder meer de overdracht van personeel en bedrijfsmiddelen was geregeld. Gedaagde stelde de gedifferentieerde WAO-premie voor 2002 en 2003 vast, waarbij rekening werd gehouden met WAO-uitkeringen aan ex-werknemers van de stichting.
Appellante voerde aan dat geen sprake was van overgang van onderneming omdat de stichting al failliet was en de overeenkomst feitelijk niet was uitgevoerd, behalve het doen van een aanbod aan personeel. De Raad oordeelde dat de identiteit van de onderneming behouden bleef door voortzetting van bedrijfsactiviteiten, personeel en bedrijfsmiddelen, en dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat de overeenkomst niet werd uitgevoerd.
De Raad verwierp ook het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de stelling dat de gedifferentieerde premie een strafrechtelijke sanctie zou zijn. Verder werd het bezwaar afgewezen dat de premiedifferentiatie in strijd zou zijn met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad bevestigde dat de wetgever de regeling ook bij overgang van onderneming in faillissement toepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 2002 en 2003 bij overgang van onderneming na faillissement.