ECLI:NL:CRVB:2005:AU0694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens onvolledige adviescommissie bij bezwaarprocedure
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van 18 oktober 2000 van het College van burgemeester en wethouders van Leeuwarden, waarin bezwaar werd afgewezen tegen eerdere besluiten uit 1999. Zij stelde dat het advies van de Commissie voor bezwaar- en beroepschriften niet voldeed aan artikel 7:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de commissie slechts uit een voorzitter en één lid bestond in plaats van de vereiste voorzitter en ten minste twee leden.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat advisering door een lid dat niet bij het horen aanwezig was, toelaatbaar was. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat niet is komen vast te staan dat het advies daadwerkelijk door een commissie is uitgebracht die voldoet aan de vereisten van artikel 7:13, eerste lid, Awb.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 oktober 2000 en bepaalde dat het bestuursorgaan een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af omdat niet was vastgesteld dat het besluit inhoudelijk onrechtmatig was. Tevens werd de gemeente Leeuwarden veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 18 oktober 2000 wordt vernietigd en het bestuursorgaan dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.