ECLI:NL:CRVB:2005:AU0608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een fraudeonderzoek in 2000 bleek dat appellant sinds 1996 naast schilderswerkzaamheden ook als toezichthouder werkte zonder deze inkomsten aan het UWV te melden. Hierdoor werd de uitkering per 1 juni 1996 ingetrokken en onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat hij zijn inkomsten moest melden. De Raad bevestigt dit oordeel en acht de intrekking en terugvordering rechtsgeldig. De overschrijding van de beslistermijn in de bezwaarprocedure schaadt appellant niet in zijn procesbelangen.
Appellant klaagde over de bejegening door het UWV, maar de Raad stelt dat hierover geen oordeel kan worden gegeven binnen deze procedure en verwijst naar een klachtenprocedure. Het beroep op een bijzondere bevoegdheid om terugvordering te matigen valt buiten deze procedure. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering van onverschuldigde betalingen worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.