ECLI:NL:CRVB:2005:AU0506

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/4949 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene wet bestuursrechtBesluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politieWerkloosheidswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WW- en bovenwettelijke uitkering politie

Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Korpsbeheerder van de politieregio Rotterdam-Rijnmond om een WW-uitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering toe te kennen. De Raad verwijst naar de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en constateert dat appellant geen zelfstandige grieven heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit.

De Raad oordeelt dat het besluit van gedaagde niet in strijd is met enige regel van geschreven of ongeschreven recht, noch met een algemeen rechtsbeginsel. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Daarnaast ziet de Raad geen grond voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 20 juli 2005 door de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW- en bovenwettelijke uitkering en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

03/4949 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Korpsbeheerder van de politieregio Rotterdam-Rijnmond, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant is op bij aanvullend beroepschrift aangegeven gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Rotterdam op 25 augustus 2003 onder de nummers WW 02/2888-SCHV en WW 02/2889-SCHV tussen partijen gewezen uitspraak (de aangevallen uitspraak). De Raad volstaat er mee te verwijzen naar die uitspraak.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is, gevoegd met het geding nr. 03/5036 WW, behandeld ter zitting van 8 juni 2005, waar appellant in persoon is verschenen, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. G.J. Wubs-Postma, medewerker bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Na behandeling zijn de gedingen gesplitst en wordt daarin afzonderlijk uitspraak gedaan.
II. MOTIVERING
Voor een weergave van de feiten verwijst de Raad naar de heden door de Raad onder nummer 03/5036 WW gedane uitspraak.
Aangezien de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) bij besluit van 23 april 2002 heeft geweigerd aan appellant een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (hierna: WW) toe te kennen, heeft gedaagde onder verwijzing naar dat besluit onder toepassing van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie bij besluit van dezelfde datum geweigerd appellant een bovenwettelijke uitkering toe te kennen.
De daartegen gerichte bezwaren heeft gedaagde bij het thans bestreden besluit van 24 september 2002 ongegrond verklaard. Het daartegen ingestelde beroep is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
Appellant heeft geen zelfstandige grieven terzake aangevoerd. De Raad volstaat dan ook met de constatering dat het desbetreffende besluit niet in strijd is met een regel van geschreven of ongeschreven recht of een algemeen rechtsbeginsel.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak kan worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een proceskostenveroordeling.
Beslist dient derhalve te worden als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom als voorzitter en mr. C.P.J. Goorden en mr. H.G. Rottier als leden, in tegenwoordigheid van S. l’Ami als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2005.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) S. l’Ami.