ECLI:NL:CRVB:2005:AU0472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van een zelfstandige slager tegen besluiten van het UWV tot intrekking van een WAZ-uitkering en terugvordering van onverschuldigde betalingen. De rechtbank had eerder de beroepen ongegrond verklaard.
De kern van het geschil was of de arbeidsongeschiktheid van de betrokkene voldoende was om aanspraak op de uitkering te behouden, mede gezien de inkomsten uit arbeid in de jaren 1996-1998. De gemachtigde voerde aan dat onterecht geen verzekeringsgeneeskundig onderzoek was verricht en dat de hoge winsten niet overeenkwamen met de reële verdiencapaciteit.
De Raad oordeelde dat de fiscale aangiften en het feit dat de betrokkene zich niet had gemeld met een verslechterde medische situatie, voldoende aannemelijk maakten dat hij arbeid had verricht en dat de toegewezen winstaandeel niet bovenmatig was. Het stelsel van artikel 58 WAZ Pro vereist niet altijd een medisch onderzoek na drie jaar korting, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor verslechtering. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en de terugvordering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.