ECLI:NL:CRVB:2005:AU0243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens onvoldoende bewijs van blijvende betalingsonmacht werkgever
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WW-uitkering aan gedaagde, voormalig werknemer van een werkgeefster die haar activiteiten staakte. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de financiële toestand van de werkgeefster en aannemelijk geacht dat zij in een blijvende toestand van betalingsonmacht verkeerde.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat voldoende onderzoek was gedaan en dat uit de beschikbare gegevens niet bleek dat de werkgeefster niet meer kon betalen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat niet kon worden afgeleid dat de werkgeefster ten tijde van het einde van de dienstbetrekking in een blijvende toestand van betalingsonmacht verkeerde. Daarbij werd meegewogen dat gedaagde zelf het nader onderzoek niet wilde afwachten.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing bevestigt dat het UWV niet verplicht is tot verder onderzoek als de gegevens geen sterke aanwijzingen voor betalingsonmacht geven.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering aan gedaagde blijft in stand.