ECLI:NL:CRVB:2005:AT9833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late betaling griffierecht
Appellant stelde beroep in tegen een beslissing op bezwaar van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant betwistte dit in hoger beroep en stelde dat het griffierecht wel tijdig was voldaan.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de betalingstermijn en constateerde dat het griffierecht pas op 12 mei 2003 was ontvangen, terwijl de termijn was verstreken op 24 april 2003. Er waren geen omstandigheden die de overschrijding konden rechtvaardigen, zoals betalingsproblemen vanuit het buitenland.
De Raad concludeerde daarom dat appellant in verzuim was met de betaling van het griffierecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hiermee blijft de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2003 in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.