ECLI:NL:CRVB:2005:AT9159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-onderwijsvolgend en onvoldoende onderhoud
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van kinderbijslag door de Sociale verzekeringsbank voor zijn kinderen Anass en Insaf. De kinderbijslag werd geweigerd omdat Anass op de peildatum 18 jaar was en niet als onderwijsvolgend of werkloos werd aangemerkt, en appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij Insaf in belangrijke mate onderhield.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de weigering in overeenstemming was met de dwingendrechtelijke bepalingen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij aanspraak had op kinderbijslag voor Anass vanaf het vierde kwartaal 2000 en later ook voor Insaf.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat alleen het recht op kinderbijslag voor Anass vanaf het vierde kwartaal 2001 aan de orde was en bevestigde dat de Sociale verzekeringsbank op grond van de geldende wettelijke bepalingen niet bevoegd was kinderbijslag toe te kennen. Er waren geen gronden om af te wijken van de wettelijke regels. Het beroep van appellant wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag voor Anass vanaf het vierde kwartaal 2001 wordt bevestigd.