ECLI:NL:CRVB:2005:AT9063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens niet-nakomen sollicitatieplicht ondanks arbeidsbeperkingen
Appellante had een WW-uitkering waarop een korting van 20% werd toegepast wegens het niet voldoen aan de sollicitatieplicht in de periode van 23 december 2002 tot 20 januari 2003. Deze maatregel werd bij bezwaar gehandhaafd, maar later gematigd tot 10% over 16 weken. Appellante voerde aan dat zij door haar arbeidsbeperkingen, het volgen van een bemiddelingstraject, haar gebrekkige beheersing van het Nederlands, het ontbreken van een opleiding en haar situatie als alleenstaande moeder niet kon worden verplicht om ten minste één sollicitatie per week te verrichten, omdat zij anders slechts een louter hypothetische kans had op passende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat de genoemde omstandigheden niet uitzonderlijk zijn en dat de bewijslast niet bij de uitvoeringsinstantie ligt om aan te tonen dat bij het voldoen aan de sollicitatieplicht een reële kans op arbeid bestond. Het niet nakomen van de sollicitatieplicht is daarmee terecht vastgesteld en de korting op de uitkering blijft gehandhaafd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en benadrukte dat het uitgangspunt is dat er een causaal verband bestaat tussen het sollicitatiegedrag en het voortduren van de werkloosheid, tenzij bijzondere omstandigheden dat tegenspreken, wat hier niet het geval was.
Uitkomst: De korting van 10% op de WW-uitkering wegens niet-nakomen sollicitatieplicht wordt bevestigd.