ECLI:NL:CRVB:2005:AT8727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen pensioeninkomsten
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande. Gedaagde trok bijstand in en herzag het recht op bijstand vanwege niet gemelde inkomsten uit een ouderdomspensioen van de Sociale Verzekeringsbank te Willemstad. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij aan haar inlichtingenplicht had voldaan en dat een deel van de terugvordering niet kon worden gehandhaafd vanwege een vervaltermijn.
De Raad oordeelt dat appellante de pensioenuitkering niet tijdig en volledig heeft gemeld, waardoor gedaagde terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd. Echter is het besluit tot herziening en terugvordering over de periode vóór 1 juli 1997 onjuist, omdat de wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. De Raad vernietigt dit deel van het besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Wel moet gedaagde een nieuw besluit nemen over de terugvordering, rekening houdend met de wettelijke vervaltermijn.
Verder wordt vastgesteld dat de korting op de bijstand wegens het pensioen-NA terecht is toegepast en dat de schuld aan de SVB op correcte wijze wordt terugbetaald. De Raad veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in hoger beroep en bepaalt dat de gemeente Breda het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot herziening en terugvordering is gedeeltelijk vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de vervaltermijn.