ECLI:NL:CRVB:2005:AT8393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen WAO-besluit
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na de wettelijke wachttijd. De werkgever van appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gegrond werd verklaard. Appellant stelde beroep in tegen dit bestreden besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht of de rechtbank dit terecht had gedaan. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs verweten kan worden dat hij geen bezwaar heeft ingediend, mede omdat hij juridisch werd bijgestaan door een medewerker van de FNV die op de hoogte had moeten zijn van de bezwaarprocedure. Ook het argument dat appellant op advies van de verweerder geen bezwaar hoefde te maken, werd verworpen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees tevens af om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor blijft het beroep van appellant niet-ontvankelijk en wordt zijn verzoek om WAO-uitkering niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar.